Vrijwilliger Jannie: ‘Ik ben er voor de stervende en de mantelzorger’
‘Als ik voor de eerste keer thuiskom bij mantelzorgers, staat het water ze vaak aan de lippen. De zorg voor hun naaste valt hen zo zwaar dat ze echt ondersteuning nodig hebben. Ze willen zo graag eens iets voor zichzelf doen, zonder haast een boodschap halen of gewoon even rust nemen. Door mijn aanwezigheid ontstaat er tijd en ruimte voor hun eigen leven, en houden ze hun taak als mantelzorger beter vol.’
Aandacht
‘Ik ben er voor de stervende en de mantelzorger, maar breng de meeste tijd door met de persoon die op sterven ligt. Afhankelijk van wat iemand kan en wil, wandelen we of lees ik de krant voor. En ik luister. Ook in stilte kan ik er voor mensen zijn. Dan lees ik in hun nabijheid rustig een boek. Ik vraag dan wel eerst: Waar wilt u dat ik ga zitten? Ik kan naast u komen zitten of wat verder weg, bijvoorbeeld in de achterkamer. De stervende bepaalt, dat vind ik belangrijk.’
Zelfstandigheid
‘Als vrijwilliger bij de thuisinzet werk je niet samen met andere vrijwilligers. We wisselen elkaar soms wel af, maar werken niet tegelijk. Tijdens een dienst neem ik de beslissingen dus in mijn eentje. Ik houd van die zelfstandigheid. Ik volg de mantelzorger zoveel mogelijk in zijn zorg, óók als ik het zelf anders zou doen. Daarom is het belangrijk om een klankbord te hebben. Hiervoor deel ik mijn verhalen met de coördinatoren en andere vrijwilligers van de thuisinzet.’
Voldoening
‘Ik doe dit werk naast mijn vrijwilligerswerk in het hospice. Ook dat geeft me veel voldoening. Maar als er dan weer iemand nodig is voor de thuisinzet, meld ik me meteen weer aan. Dit werk is zo bijzonder. Dat een gezin me toelaat in zo’n verdrietige periode en de zorg voor hun naaste aan me toevertrouwt. En dat ik in zo’n laatste fase wat mag betekenen. Het ontroert me nog altijd, zelfs na achttien jaar.’